Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
DEXIA NEDERLAND B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,
1.De procedure
2.De feiten en het geschil
nietzijn vernietigd, moet gelet op het gestelde in conventie worden afgewezen.
Rechtbank Overijssel
Eiser sloot in 2001 drie effectenleaseovereenkomsten met Dexia, die elk met verlies eindigden. De eega van eiser verklaarde deze overeenkomsten in 2004 buitengerechtelijk te vernietigen op grond van artikel 1:89 BW Pro. Dexia betwistte de tijdigheid van de vernietiging en stelde dat de verjaringstermijn was verstreken en dat er sprake was van misbruik van recht.
De rechtbank oordeelde dat de stuitende werking van een collectieve actie de verjaring heeft onderbroken, waardoor de vernietiging tijdig was. De stelling dat de collectieve actie afstand had gedaan van de stuiting werd verworpen op basis van eerdere jurisprudentie. Ook het beroep op misbruik van recht werd afgewezen omdat de echtgenoot vrij was om per overeenkomst te beslissen.
De vernietiging van de overeenkomsten leidt ertoe dat de betalingen onverschuldigd waren en door Dexia terugbetaald moeten worden, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 4 november 2004. De gevorderde buitengerechtelijke kosten werden deels toegewezen, terwijl de vordering tot verwijdering van BKR-registratie werd afgewezen omdat Dexia dit niet zelfstandig kan effectueren.
Dexia werd veroordeeld tot terugbetaling van € 34.040,22 plus rente, betaling van € 1.210 aan buitengerechtelijke kosten en proceskosten. De vordering in reconventie werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vernietiging van de overeenkomsten tijdig is en veroordeelt Dexia tot terugbetaling van onverschuldigde betalingen met rente en buitengerechtelijke kosten.