De zaak betreft twee effectenleaseovereenkomsten gesloten in 2001 tussen eisers en Dexia, die met verlies zijn geëindigd. Eisers stelden dat zij de overeenkomsten tijdig buitengerechtelijk hadden vernietigd op grond van het ontbreken van schriftelijke toestemming van de echtgenoot, en dat de verjaringstermijn was gestuit door een collectieve actie.
Dexia betwistte dit en voerde aan dat de handtekeningen onder de overeenkomsten ook schriftelijke toestemming aan de ander inhielden, en dat de vernietigingsbevoegdheid was verjaard. De rechtbank overwoog dat de handtekeningen niet als schriftelijke toestemming konden worden gezien en dat de stuitende werking van de collectieve actie de verjaring had onderbroken.
De rechtbank oordeelde dat de vernietiging tijdig was geschied en dat de betaalde bedragen onverschuldigd waren betaald. Dexia werd veroordeeld tot terugbetaling van deze bedragen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 13 december 2005, en tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten. De vordering van Dexia in reconventie werd afgewezen.