ECLI:NL:RBOVE:2016:5279

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
20 juli 2016
Publicatiedatum
16 januari 2017
Zaaknummer
C/07/191166 / HZ ZA 11-1013
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vorderingen eisers wegens niet voldoen voorschot deskundigenkosten

In deze civiele procedure hebben eisers een deskundigenbericht laten bevelen met betrekking tot bepaalde betalingsvorderingen. De rechtbank bepaalde een voorschot op de kosten van de deskundige van €21.259,10, te betalen door beide partijen voor de helft. Gedaagden voldeden hun deel, maar eisers gaven aan niet over de middelen te beschikken om hun helft te betalen. Ondanks een termijn van zes weken is betaling uitgebleven, waardoor het deskundigenonderzoek niet kon aanvangen.

De rechtbank overwoog dat het bewijsrisico voor de betaling van de koopsommen bij gedaagden ligt, maar dat het niet voldoen van het voorschot door eisers ertoe leidt dat het deskundigenonderzoek gefrustreerd wordt. Dit kan niet ten nadele van gedaagden komen. Daarom zal bij uitblijven van betaling door eisers hun vorderingen worden afgewezen.

De rechtbank gaf eisers een laatste termijn van vier weken om alsnog te betalen, met de waarschuwing dat bij uitblijven van betaling op 17 augustus 2016 een eindvonnis zal volgen waarbij alle vorderingen worden afgewezen. Tevens worden de proceskosten gecompenseerd vanwege de familierelatie tussen partijen.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eisers af indien zij niet uiterlijk 17 augustus 2016 hun helft van het voorschot betalen.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
zaaknummer / rolnummer: C/07/191166 / HZ ZA 11-1013
Vonnis van 20 juli 2016
in de zaak van

1.[eiser 1],

wonende te [woonplaats 1],
2.
[eiser 2],
wonende te [woonplaats 2],
3.
[eiser 3],
wonende te [woonplaats 3],
eisers,
advocaat mr. D.P. Kant te Goor,
tegen

1.[gedaagde 1],

wonende te [woonplaats 4],
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde 2],
gevestigd te [vestigingsplaats],
gedaagden,
advocaat mr. E.M.M. van de Loo te Enschede.
Partijen zullen hierna eisers en gedaagden genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 16 maart 2016
  • de daarop gevolgde correspondentie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In gemeld tussenvonnis heeft de rechtbank een deskundigenbericht bevolen ten aanzien van de vraagstelling als verwoord in de beslissing onder 3.1. De hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige - te voldoen door ieder der partijen voor de helft - is daarbij bepaald op € 21.259,10 incl. BTW, waartegen geen bezwaar is gemaakt.
2.2.
Gedaagden hebben hun helft ad € 10.629,55 voldaan, doch eisers hebben de griffie van de rechtbank per mail van 13 april 2016 doen weten dat zij daartoe geen middelen meer hebben en dat getracht is gelden ten behoeve van dit voorschot te financieren, hetgeen tot dusver niet is gelukt. Vervolgens is eisers een termijn van zes weken gegeven om alsnog te betalen, maar die betaling is uitgebleven. Bij gevolg heeft de deskundige zijn werkzaamheden tot op heden niet kunnen aanvangen.
2.3.
In gemeld tussenvonnis is (nogmaals) overwogen dat ten aanzien van de gepretendeerde betaling van de koopsommen ad € 34.033,00 en € 138.402,00 het bewijsrisico rust op gedaagden. Expliciet is ook bepaald dat indien (met behulp van het deskundigenbericht) niet genoegzame duidelijkheid zal kunnen worden verkregen, dit derhalve ten nadele strekt van gedaagden, zodat de betreffende vordering alsdan zal worden toegewezen tot een bedrag ter hoogte van de (restant) koopsommen waarvan de voldoening niet is vastgesteld.
De bewijslast met betrekking tot de kwestie van de tender Ghana Telecom, ter zake waarvan eisers € 18.151,00 vorderen van gedaagde sub 2 rust bij hen; de rechtbank zal die vordering afwijzen, indien omtrent deze vordering niet de benodigde duidelijkheid (wederom: via het deskundigenbericht) wordt verkregen.
2.4.
Het niet voldoen door eisers van hun helft van het voorschot leidt ertoe dat gedaagden de mogelijkheid wordt onthouden hun betreffende stellingen met behulp van het deskundigenrapport te staven. De daardoor gebleven onduidelijkheid kan onder die omstandigheden uiteraard niet voor risico van gedaagden komen, die buiten hun toedoen ermee geconfronteerd worden dat het deskundigenonderzoek aldus gefrustreerd wordt. Anders gezegd: als eisers volharden in het niet voldoen van hun helft van het voorschot, liggen bedoelde vorderingen ad € 34.033,00 en € 138.402,00 voor afwijzing gereed (en ook die ad € 18.151,00, waarvan zij het bewijsrisico hebben).
2.5.
De rechtbank zal eisers – die zich vorenstaande consequenties mogelijk onvoldoende realiseren – nog een uiterste termijn van vier weken gunnen om alsnog tot betaling van gemeld voorschot ad € 10.629,55 over te gaan. Als dit bedrag evenwel niet uiterlijk 17 augustus 2016 is voldaan, zal de rechtbank een eindvonnis wijzen waarbij alle vorderingen van eisers zullen worden afgewezen, onder compensatie van proceskosten wegens de familierelatie.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van
17 augustus 2016voor uitlating aan de zijde van eisers,
3.2.
houdt verder iedere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.R. Hidma en in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2016. [1]

Voetnoten

1.type: