ECLI:NL:RBOVE:2016:568
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering WWB-uitkering wegens onvoldoende bewijs woonplaats
Eiser ontving een WWB-uitkering en stond ingeschreven op een adres in Enschede. Verweerder beëindigde de uitkering en vorderde terugbetaling wegens het vermoeden dat eiser niet op het opgegeven adres woonde, gebaseerd op laag waterverbruik en politiegegevens.
Eiser voerde aan dat hij vanwege psychische problemen regelmatig elders verbleef, wat het lage verbruik verklaart. Medische stukken ondersteunden zijn stellingen. De rechtbank oordeelde dat het lage verbruik op zichzelf onvoldoende bewijs is voor het ontbreken van hoofdverblijf.
De verklaring van eiser was onvoldoende concreet en het huisbezoek leverde geen overtuigend bewijs op. De politieclassificatie van het huis als 'drankhol' sluit bewoning niet uit. Verweerder had bovendien al in 2012 kennis van de problematiek en had eiser toen vrijgesteld van sollicitatieplicht.
De rechtbank concludeerde dat verweerder niet aannemelijk had gemaakt dat eiser niet op het adres woonde en dat het besluit niet deugdelijke motivering bevatte. Daarom vernietigde de rechtbank het besluit en herroept de primaire besluiten, waardoor de uitkering ongewijzigd wordt voortgezet en terugvordering komt te vervallen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van de WWB-uitkering wordt vernietigd.