ECLI:NL:CRVB:2018:2516
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet wonen op uitkeringsadres bij extreem laag waterverbruik
Appellant stond ingeschreven op een uitkeringsadres en ontving bijstand over de periode van 2011 tot 2014. Het algemeen bestuur ontving via het project 'Waterproof' gegevens over het water- en energieverbruik op dat adres, waaruit bleek dat het verbruik extreem laag was. Dit leidde tot twijfel over het hoofdverblijf van appellant. Na een gesprek en schriftelijke verklaring waarin appellant toegaf overdag elders te verblijven, trok het bestuur de bijstand in en vorderde het de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het lage verbruik een redelijke grond vormt voor de conclusie dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij wel een aannemelijke verklaring had gegeven en dat aanvullend onderzoek had moeten plaatsvinden, verwijzend naar eerdere jurisprudentie.
De Raad oordeelt dat het lage waterverbruik van 3 m³ per jaar extreem laag is en een vooronderstelling rechtvaardigt dat appellant niet zijn hoofdverblijf had op het adres. De verklaring dat appellant overdag elders verbleef en gebruikmaakte van faciliteiten elders, biedt geen afdoende verklaring voor het extreem lage verbruik. Ook het lage energieverbruik en bankafschriften ondersteunen de conclusie dat appellant pas na november 2014 daadwerkelijk op het adres woonde.
De aanvullende verklaringen van familie en een medewerkster van de sportschool bevestigen het overdag afwezig zijn, maar niet het overnachten op het adres. De Raad bevestigt dat het algemeen bestuur terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.