In deze zaak heeft de Rechtbank Overijssel op 25 februari 2016 uitspraak gedaan over de monumentenstatus van het voormalig stadhuis van Almelo. De rechtbank oordeelt dat de gemeente Almelo, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en wethouders, niet zorgvuldig heeft gehandeld bij de afwijzing van het verzoek om het gebouw op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. De eisers, de vereniging Bond Heemschut en de Stichting Cuypersgenootschap, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 6 oktober 2015, waarin hun bezwaar ongegrond werd verklaard. De rechtbank stelt vast dat het besluit niet correct was ondertekend en dat de belangen van de monumentale waarden onvoldoende zijn afgewogen tegen de negatieve gevolgen van de monumentenstatus voor herontwikkeling van het gebouw.
De rechtbank benadrukt dat de gemeente bij de beoordeling van het verzoek om aanwijzing als gemeentelijk monument zorgvuldigheid moet betrachten en alle relevante feiten en belangen moet afwegen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en gelast de gemeente om opnieuw op het bezwaar te beslissen, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens wordt de gemeente opgedragen het griffierecht aan de eisers te vergoeden. De uitspraak is openbaar gedaan en partijen zijn op de hoogte gesteld van hun recht om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.