Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
MEDIANT, STICHTING VOOR GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG OOST- EN MIDDEN TWENTE,
gevestigd en kantoorhoudende te Enschede,
1.De procedures
- de tussenbeschikking van 26 april 2016;
- de brief van 15 juni 2016 aan de zijde van Mediant met daaraan gehecht schriftelijke verklaringen van cliënten;
- de processen-verbaal van de getuigenverhoren aan de zijde van Mediant van
- de processen-verbaal van de getuigenverhoren aan de zijde van [X] gehouden op 23 augustus 2016, 8 november 2016 en 8 december 2016;
- de tussenbeschikking van 17 januari 2017 waarbij de kantonrechter de enquête en contra-enquête heeft heropend;
- het proces-verbaal van het getuigenverhoor in enquête en contra-enquête, gehouden op locatie bij Mediant, op 3 maart 2017.
2.De verdere beoordeling op het verzoek van [X]
(in aanvulling op de reeds eerder bij verweerschrift en brief van 14 april 2016 in het geding gebrachte schriftelijke verklaringen)in het geding gebracht, te weten van [K] , [L] , [J] , [M] en [N] . Mediant heeft verzocht enkele van deze cliënten als getuige in de instelling te horen in plaats van op de rechtbank. De reden was dat het horen van deze getuigen op de rechtbank vanuit medisch/psychiatrisch oogpunt bezien volgens de geneesheer-directeur te belastend zou zijn en risico's op verslechtering van hun psychische gesteldheid zou hebben. De kantonrechter heeft na bezwaren daartoe van [X] partijen (aanvankelijk/vooralsnog) laten weten niet tot het horen van cliënten als getuigen op locatie over te zullen gaan.