Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de meervoudige kamer in het geschil tussen
Procesverloop
Overwegingen
deel daarvan.
Rechtbank Overijssel
Eisers, eigenaren van een melkveehouderij in het gebied Rond de Weerribben, maakten bezwaar tegen de vaststelling van een correctiefactor door gedeputeerde staten van Overijssel, die de bijdrage in de basiskosten van de verkaveling corrigeert. Deze correctiefactor werd vastgesteld op 0,74, waardoor eigenaren minder hoeven te betalen dan oorspronkelijk in de Lijst der Geldelijke Regelingen (LGR) was opgenomen.
De rechtbank overwoog dat de geldelijke verrekeningen en bijdragen in de basiskosten van de verkaveling reeds eerder door de civiele rechter zijn beoordeeld bij vonnissen van 7 januari 2015, waarbij de bezwaren van eisers ongegrond werden verklaard. Eisers konden deze punten niet opnieuw aan de orde stellen in het bestuursrechtelijk beroep tegen de correctiefactor.
Verder is de vaststelling van de correctiefactor een gebonden besluit op grond van artikel 95, tweede lid, van de Wet inrichting landelijk gebied (Wilg), waarbij geen ruimte is voor een belangenafweging. Eisers konden onvoldoende onderbouwen dat de definitieve kostenopgave onjuist was. De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit standhoudt en verklaarde het beroep ongegrond.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de vaststelling van de correctiefactor is ongegrond verklaard.