Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
gemachtigde: A. Oosters,
1.Ontstaan en loop van het geding
2.De feiten
3.Het geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- veroordeelt de Minister voor rechtsbescherming tot vergoeding van de immateriële schade van eiser tot een bedrag van € 1.000,-;
- veroordeelt de Minister voor rechtsbescherming in de proceskosten, berekend op € 250,50;
- veroordeelt de Minister voor rechtsbescherming tot vergoeding van het griffierecht van € 46,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2018.