Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
COÖPERATIEVE RABOBANK U.A,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 4 oktober 2017
- het proces-verbaal van comparitie van 6 december 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Melkwinning Steenwijk B.V. sloot in 2015 een financieringsovereenkomst met Rabobank, waarbij de aflossingsverplichtingen werden verhoogd. De curator in het faillissement van Melkwinning stelde dat deze overeenkomst paulianeus was en vernietigd moest worden, omdat de hogere aflossingen ten koste gingen van de gezamenlijke schuldeisers. Rabobank stelde dat de herfinanciering een voortzetting was van de bestaande lening en dat zonder toestemming van Rabobank de verkoop van activa niet had plaatsgevonden, waardoor de verkoopopbrengst niet beschikbaar zou zijn geweest voor schuldeisers.
De rechtbank oordeelde dat de financieringsovereenkomst een meerzijdige onverplichte rechtshandeling was, maar dat geen benadeling van schuldeisers was komen vast te staan. Dit omdat Rabobank zonder de herfinanciering de verkoop van verpande activa niet zou hebben toegestaan en het pandrecht op de verkoopopbrengst had kunnen effectueren. De hypothetische situatie zonder de financieringsovereenkomst bood dus geen betere positie voor schuldeisers.
Daarom werd de vordering van de curator afgewezen en werd hij veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering van de curator tot vernietiging van de financieringsovereenkomst af wegens het ontbreken van benadeling van schuldeisers.