Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
. [eiser I]en
[eiser II]te Enschede, eisers,
[eiser III]te Enschede, eiser,
M.T. [derde belanghebbende], te Enschede.
Rechtbank Overijssel
De zaak betreft de aanvraag en verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen van een vrijstaande woning op perceel 25 te Enschede. Het primaire besluit van 7 oktober 2016 weigerde de vergunning vanwege strijd met artikel 20.2.3 van de planregels, omdat de afstand tot de zijdelingse perceelgrens met perceel 27 minder dan 1 meter zou bedragen. Verweerder trok dit besluit in en verleende alsnog de vergunning bij bestreden besluiten A en B.
Eisers, buren van het perceel, stelden beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank oordeelt dat artikel 20.2.3 van de planregels niet ondubbelzinnig is en dat de interpretatie van verweerder ertoe leidt dat het artikel een dode letter wordt. De rechtbank interpreteert de planregel als dat de afstand tot de zijdelingse perceelgrens met een ander perceel minimaal 1 meter moet zijn, tenzij de grens grenst aan openbaar toegankelijk gebied. Omdat het bouwplan niet aan deze eis voldoet, is het in strijd met het bestemmingsplan.
De rechtbank verklaart het beroep van eiser I gegrond en vernietigt bestreden besluit B, waardoor bestreden besluit A herleeft, dat ook wordt vernietigd. Het beroep van eiser III wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig betalen van griffierecht. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen en de proceskosten en griffierecht aan eiser I te vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de omgevingsvergunning wegens strijd met het bestemmingsplan en onduidelijke planregel en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen.