In deze zaak vordert eiser terugbetaling van bemiddelingskosten die zij aan Maxx Aanhuurmakelaars B.V. heeft betaald in verband met bemiddeling bij de totstandkoming van een huurovereenkomst. Eiser stelt dat sprake is van dubbele lastgeving en dat Maxx een niet redelijk voordeel heeft bedongen, waardoor de vergoeding onverschuldigd zou zijn.
De rechtbank stelt vast dat Maxx een zuiver eenzijdige bemiddelingsovereenkomst met eiser heeft gesloten en dat de huurovereenkomst daadwerkelijk tot stand is gekomen door bemiddeling van Maxx. De stelling van eiser dat Maxx ook namens de verhuurder heeft opgetreden wordt verworpen, aangezien de woning niet op de algemene website stond, de bezichtiging door de verhuurder was georganiseerd en er geen overtuigende aanwijzingen zijn dat Maxx voor de verhuurder handelde.
Ook het argument van eiser dat de bemiddelingsvergoeding een niet redelijk voordeel zou zijn wordt afgewezen. De rechtbank overweegt dat het loon van de bemiddelaar bij eenzijdige bemiddeling niet als een onredelijk beding kwalificeert en dat het no-cure-no-pay-principe geldt. De vordering tot terugbetaling wordt daarom afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.