ECLI:NL:RBOVE:2019:2265
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Jaarlijkse storting bankspaarrekening in mindering op AIO-aanvulling bevestigd
Eiseres ontving een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO) naast haar AOW-pensioen. Na het vrijvallen van haar lijfrentepolis in 2016 stortte zij het kapitaal op een geblokkeerde bankspaarrekening, waaruit zij jaarlijks een bedrag ontving. Verweerder stelde dat deze jaarlijkse betaling als inkomen uit vermogen moet worden beschouwd en bracht het bedrag in mindering op de AIO-aanvulling, wat leidde tot een terugvordering.
Eiseres betoogde dat de betaling niet als inkomen maar als vermogen moet worden gezien, verwijzend naar artikel 34 lid 4 van Pro de Participatiewet, en stelde dat haar eigendomsrechten werden geschonden en dat sprake was van discriminatie vanwege haar buitenlandse woonverleden. De rechtbank oordeelde dat de jaarlijkse betaling daadwerkelijk inkomen is in de zin van de Participatiewet en dat de toepassing van artikel 32 lid 1 onder Pro a en b terecht was.
De rechtbank verwierp het eigendomsargument omdat eiseres recht behoudt op de betalingen, maar de AIO-aanvulling aanvullend is en verminderd wordt bij andere inkomsten. Ook werd het discriminatieverweer afgewezen omdat de regeling voor iedereen gelijk geldt en het aanvullende karakter van de AIO-uitkering dit rechtvaardigt. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de jaarlijkse betaling uit de bankspaarrekening als inkomen geldt en de terugvordering op de AIO-aanvulling terecht is.