ECLI:NL:RBOVE:2021:1260
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering en terugvordering wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Eiser ontving vanaf 2012 een bijstandsuitkering, die door verweerder werd herzien en ingetrokken over de periode van 6 januari 2016 tot 31 december 2018. Dit vanwege een groot aantal bijschrijvingen en transacties op de bankrekening van eiser die niet waren gemeld, waardoor eiser zijn inlichtingenplicht schond. Verweerder vorderde een bedrag van €44.669,95 terug.
Eiser voerde aan dat verweerder de Awb had geschonden, onvoldoende motivering gaf en hem niet had gehoord, en stelde dat de stortingen afkomstig waren van verkoop van tweedehands kleding. De rechtbank oordeelde dat de stortingen terecht als inkomen werden aangemerkt, dat eiser de inlichtingenplicht niet was nagekomen en dat verweerder niet verplicht was vooraf te horen. Ook het beroep op het EVRM en het beginsel van onschuldpresumptie faalde.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit terecht is genomen en dat de verrekening van dwangsom en proceskostenvergoeding geen invloed heeft op de terugvordering. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering en terugvordering van €44.669,95 wordt ongegrond verklaard.