ECLI:NL:CRVB:2019:1449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit intrekking en terugvordering bijstand wegens hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand en werd geconfronteerd met besluiten tot intrekking van bijstand en terugvordering van kosten vanwege het bezit van hennepplantages in zijn woning. Het college stelde dat appellant de inlichtingenverplichting had geschonden door het bezit en de inkomsten uit de hennepplantages niet te melden.
Appellant werd strafrechtelijk veroordeeld voor het telen van hennep en diefstal van elektriciteit, maar het hof vernietigde de bewezenverklaring voor diefstal van elektriciteit en verminderde de straf. Appellant verzocht het college om herziening van de bestuursrechtelijke besluiten op grond van het strafvonnis.
De Raad oordeelt dat het strafvonnis een nieuw feit is, maar dat dit niet leidt tot herziening van de bestuursrechtelijke besluiten omdat het vonnis niet gemotiveerd is over de periode vóór 10 september 2013. Appellant heeft nagelaten om een motivering te vragen. Ook is geen sprake van strijd met de onschuldpresumptie. De Raad wijst het hoger beroep af en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.