Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam vennootschap 1] B.V.,
gemachtigde: [naam 2] ,
Procesverloop
“Het al of niet meenemen van btw in de waardeberekening is niet afhankelijk van de rechtspersoon van de eigenaar, maar van het antwoord op de vraag of de activiteiten die de eigenaar zich ten doel stelt, dan wel uitvoert, voor de Wet op de omzetbelasting 1968 een belastbaar feit opleveren. Dit kan er toe leiden dat de eigenaar ten aanzien van het betrokken object volledig btw-plichtig is, maar ook dat de eigenaar ten aanzien van het object slechts deels btw-plichtig is. Wanneer de eigenaar ten aanzien van het betreffende object volledig btw-plichtig is, dan wordt de WOZ-waarde van het object exclusief btw bepaald. Als de eigenaar slechts voor bepaalde gedeelten btw-plichtig is, omdat een gedeelte van de activiteiten vrijgesteld zijn van omzetbelasting, dan wordt de WOZ-waarde deels inclusief en deels exclusief btw bepaald. In paragraaf 9.1 wordt hier nader op ingegaan.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- verklaart het bezwaar gegrond;
- stelt de WOZ-waarde van de onroerende zaak [adres 1] te Deventer per waardepeildatum 1 januari 2018 vast op € 707.000,-;
- vermindert de OZB-aanslagen dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht van € 354,- aan haar te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.022,30.