Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
[Z](hierna: belanghebbende)
heffingsambtenaarvan
gemeente Gooise Meren(hierna: de heffingsambtenaar)
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Belanghebbende, eigenaar van twee percelen met schoolgebouwen en aanverwante opstallen, betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarden voor het jaar 2015. De heffingsambtenaar had de waarden vastgesteld op basis van de gecorrigeerde vervangingswaardemethode, waarbij een restwaarde tussen 10% en 27% van de vervangingswaarde werd gehanteerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het hof onderzocht onder meer de juiste bepaling van de restwaarde en de relevante levensduur (bouwkundig versus functioneel). Het hof oordeelde dat de functionele levensduur, zijnde de periode waarin de onroerende zaak nog gebruikt kan worden conform de aard en bestemming, bepalend is voor de restwaarde.
Het hof concludeerde dat de heffingsambtenaar onvoldoende bewijs had geleverd voor de door hem gehanteerde restwaarden en dat belanghebbende aannemelijk had gemaakt dat de lagere waarden terecht zijn. Het hof stelde de waarden schattenderwijs vast op € 2.300.000 en € 270.000 en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het hof stelt de WOZ-waarden lager vast en veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten.