Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam vennootschap 1] B.V.,
gemachtigde: [naam 1] ,
Rechtbank Overijssel
Eiseres, eigenaar van een uitvaartcentrum te Deventer, betwist de vastgestelde WOZ-waarde per 1 januari 2019 van €701.000,-. Zij stelt dat de waarde niet hoger kan zijn dan €466.000,-, mede vanwege een te hoge restwaarde, verlengde levensduur van afbouw en installaties, en onjuiste toepassing van BTW in de waardering.
Verweerder baseert de vaststelling op een taxatierapport met een gecorrigeerde vervangingswaarde van €896.000,- en hanteert kengetallen uit de Taxatiewijzer. De rechtbank oordeelt dat de restwaarde van 20% voor de ruwbouw, gebaseerd op een vergelijkbare verkoop, voldoende onderbouwd is en dat de verlenging van de levensduur van afbouw en installaties niet gerechtvaardigd is.
Verder stelt de rechtbank vast dat de waardering deels inclusief en deels exclusief BTW moet plaatsvinden, afhankelijk van de BTW-plichtigheid van de activiteiten. Diensten van lijkbezorging zijn vrijgesteld, waardoor dat deel inclusief BTW wordt gewaardeerd, terwijl horecaverstrekkingen niet vrijgesteld zijn, waardoor dat deel exclusief BTW moet worden gewaardeerd.
De rechtbank concludeert dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €701.000,- wordt ongegrond verklaard.