Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
primair: in de periode van 20 april 2017 tot en met 25 oktober 2017 samen met een ander [bedrijf 1] BV heeft opgelicht, waarbij verdachte die bv heeft bewogen tot de afgifte van twee opleggers;
primair: in de periode van 1 september 2017 tot en met 27 maart 2018 samen met een ander [bedrijf 2] BV heeft opgelicht waarbij verdachte die bv heeft bewogen tot afgifte van een oplegger ( [kenteken 4] );
primair: in de periode van 26 juli 2017 tot en met 30 januari 2018, samen met een ander, [bedrijf 3] BV heeft opgelicht waarbij verdachte die bv heeft bewogen tot de afgifte van een vrachtwagen ( [kenteken 1] );
primair: op 1 augustus 2014 [slachtoffer 3] , onder bedreiging met geweld - te weten door bedreiging met een nabootsing van een vuurwapen - , heeft gedwongen om aktes te ondertekenen voor de oprichting van twee vennootschappen;
primair onder A:
(zaaksdossier 05 [bedrijf 12] , v.a. p. ZD-77)
(zaaksdossier 06 [bedrijf 4] , v.a. p. ZD-84)
(zaaksdossier 07 [bedrijf 13] , v.a. p. ZD-97)
(zaaksdossier 08 [bedrijf 14] B.V., v.a. p. ZD-112)
(zaaksdossier 09 [bedrijf 15] , v.a. p. ZD-122)
(zaaksdossier 11 [bedrijf 16] , v.a. p. ZD-144)
(zaaksdossier 13 [bedrijf 17] , v.a. p. ZD-167)
(zaaksdossier 15 [bedrijf 22] , v.a. p. ZD-187)
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
nietbewezen, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken, zoals hierna weergegeven.
vrijspraak.
voorafgaandaan de afgifte van de betreffende trailers, heeft aangewend. Van enig oplichtingsmiddel dat aangever tot die afgifte heeft bewogen is niet gebleken.
7 december 2017 tot en met 30 december 2017, opzettelijk de twee trailers/opleggers met de kentekens [kenteken 2] en [kenteken 3] , die toebehoorden aan [bedrijf 1] BV - en die hij gedurende lange tijd op basis van een huurovereenkomst rechtmatig onder zich heeft gehad - zich wederrechtelijk heeft toegeëigend. In de context van het App-verkeer, zoals hiervoor weergegeven, blijkt dat het voor verdachte op 27 november 2017 duidelijk moet zijn geweest dat hij de trailers/opleggers uiterlijk op 7 december 2017 bij aangever terug moest (laten) brengen. Dit heeft verdachte niet gedaan.
Maar Mercedes ook.. Factuur van € 20.000,-- over die vrachtwagen.., en die wil ik niet betalen. ..nu niet.. dan niet.. nooit niet.. Huur, onkosten, verkoop niet doorgegaan, annuleringskosten, ophaalkosten, die lui schrijven maar raak.” [55]
Verdachte heeft die vrachtauto immers in gebruik genomen of (laten) nemen en gehouden, en is de vrachtauto - ondanks het feit dat [bedrijf 3] hem op 26 januari 2018 op zijn e-mailadres had laten weten dat hij wegens het uitblijven van betalingen het voertuig diende in te leveren en verdachte daarvan, blijkens zijn telefonische reactie op 1 maart 2018, op de hoogte was - onder zich blijven houden, en hij heeft deze niet op de aangegeven datum en wijze teruggebracht. Verdachte is aldus als heer en meester over die vrachtauto gaan beschikken, terwijl hij daartoe niet langer gerechtigd was.
voorafgaandaan de afgifte van de goederen heeft aangewend.
Vrijspraak.
Als je niet tekent, dan zit ze dadelijk niet meer op de achterbank". Verdachte pakte ook de mobiele telefoon van [slachtoffer 4] af.
a) – d) (..)
nietbeschouwd als speelgoed in de zin van de richtlijn, voor zover is voldaan aan de uitzondering zoals beschreven in lid 2.
,aan welke bovenomschreven verboden gedragingen verdachte feitelijk leiding heeft gegeven;
,aan welke bovenomschreven verboden gedraging verdachte feitelijk leiding heeft gegeven;
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
De rechtbank acht gelet op het voorgaande, in het bijzonder de ernst en de omvang van de feiten en de recidive de oplegging van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Anderzijds ziet de rechtbank in de persoon van verdachte en het belang van begeleiding voor verdachte aanleiding om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen.
8.De schade van benadeelden
[bedrijf 1] BVals benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij heeft bij het voegingsformulier gevorderd verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een bedrag van € 21.976,63 (éénentwintigduizend negenhonderdzesenzeventig euro en drieënzestig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
onder 3bewezen verklaarde feit rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij.
- totaal openstaand saldo € 21.976,63
- totaal facturen niet betaalde huur € 13.748,63 minus
- opbrengst verkoop trailers € 6.000,-- minus
- totale schade
€ 2.228,--te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf
7 december 2017zijnde de eerste datum van de pleegperiode van de verduistering.
32dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
niet-ontvankelijkverklaren in de vordering tot schadevergoeding.
€ 1.829,84(eenduizend achthonderdnegenentwintig euro en vierentachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
wettelijke rente vanaf 18 november 2017, de datum waarop verdachte geacht moet worden met de betaling in verzuim te zijn geraakt.
25dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
[bedrijf 13] BVals benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 30.000,-- (dertigduizend euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit achterstallige betalingen.
niet-ontvankelijkverklaren in de vordering tot schadevergoeding.
[bedrijf 14] BVals benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van
€ 8.296,79(achtduizend tweehonderdzesennegentig euro en negenenzeventig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
€ 6.856,84 ,te vermeerderen met de verschuldigde
wettelijke rente vanaf 1 november 2017, de datum waarop verdachte geacht moet worden met de betaling in verzuim te zijn geraakt.
69dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
€ 6.481,--te vermeerderen met de verschuldigde
wettelijke rente vanaf 24 maart 2017, de datum waarop verdachte geacht moet worden met de betaling in verzuim te zijn geraakt.
€ 699,05, volgens de zogenoemde staffel BIK voor de rechtspraak (tot een hoofdsom van € 10.000,-- : € 625,-- + 5% over hoofdsom minus
In totaalacht de rechtbank derhalve toewijsbaar een bedrag van
70 dagengijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
[bedrijf 16] B.V.als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 537,28 (vijfhonderdzevenendertig euro en achtentwintig eurocent) (inclusief btw) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde materiële schade bestaat uit de niet betaalde rekening betreffende aanschaf persoonlijke beschermingsmiddelen.
€ 444,03te vermeerderen met de verschuldigde
wettelijke rente vanafde datum waarop verdachte geacht moet worden met de betaling in verzuim te zijn geraakt, te weten
16 oktober 2017.
in zoverre niet-ontvankelijkverklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
8dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
[bedrijf 17] [bedrijf 18] Arnhemgevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 4.169,18 (vierduizend honderdnegenenzestig euro en achttien eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd.
niet-ontvankelijkverklaren in de vordering tot schadevergoeding.
€ 2.500,--(tweeduizend vijfhonderd euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd (1 augustus 2014).
niet-ontvankelijkverklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
€ 4.000,--(vierduizend euro) te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. De gevorderde schade betreft immateriële schade.
niet-ontvankelijkverklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
16 (zestien) maanden;
8 (acht) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.
proeftijd van 2 (twee) jarende navolgende voorwaarde(n) niet is nagekomen:
algemene voorwaardedat de verdachte:
bijzondere voorwaardedat verdachte:
Reclassering Leger des Heils, Jeugdbescherming & Reclassering, LdH Oost-Brabant, Dr. Cuijperslaan 80 te
Eindhoven, op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo frequent en zo lang deze instelling dat nodig acht;
ontzetting van het recht tot uitoefening van het beroepvan
bestuurder van een rechtspersoonvoor de periode van
vijf jaren;
ontzetting van het recht tot uitoefening van het beroepvan
handelaar in meststoffen(zowel middellijk als onmiddellijk) voor de periode van
vijf jaar, in die zin, dat verdachte zich op
geen enkele wijzemeer
zal inlaten met meststoffen, noch door handel daarin, noch door vervoer of anderszins;
[bedrijf 1] BVtoe tot een bedrag van
€ 2.228,--(zegge:
tweeduizend tweehonderdachtentwintig euro) (bestaande uit materiële schade);
€ 2.228,--, te vermeerderen met de
wettelijke rentevanaf
7 december 2017;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 2.228,--, te vermeerderen met de
wettelijke rente vanaf 7 december 2017ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
32 dagenkan worden toegepast.
voor het overige deelvan de vordering
niet-ontvankelijkis in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
niet-ontvankelijkis in haar vordering;
[bedrijf 12] Nijkerk B.V.toe tot een bedrag van
€ 1.512,26(
eenduizend vijfhonderdtwaalf euro en zesentwintig eurocent) (bestaande uit materiële schade);
€ 1.512,26,te vermeerderen met de
wettelijke rentevanaf
18 november 2017;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 7 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 1.512,26, te vermeerderen met de
wettelijke rentevanaf
18 november 2017ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
25 dagenkan worden toegepast;
voor het overige niet-ontvankelijkis in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[bedrijf 13] BV(feit 7): in het geheel
niet-ontvankelijkis in haar vordering:
€ 6.856,84(zegge:
zesduizend achthonderdzesenvijftig euro en vierentachtig eurocent) (bestaande uit materiële schade);
€ 6.856,84, te vermeerderen met de
wettelijke rentevanaf
1 november 2017;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 7 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 6.856,84, te vermeerderen met de
wettelijke rente vanaf 1 november 2017ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van 69 dagenkan worden toegepast;
voor het overige deel niet-ontvankelijkis in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[bedrijf 15] BVtoe tot een bedrag van
€ 7.180,05(zegge:
zevenduizend honderdtachtig euro en 5 eurocent) (bestaande uit materiële schade);
€ 7.180,05, te vermeerderen met de
wettelijke rente over een bedrag van € 6.481,05vanaf
24 maart 2017;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 7 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 7.180,05,--te vermeerderen met de
wettelijke rente over een bedrag van € 6.481,05 vanaf 24 maart 2017ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzelingvoor de duur van
70 dagenkan worden toegepast.
voor het overige deel van de vordering niet-ontvankelijkis in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[bedrijf 16]toe tot het bedrag
€ 444,03 (zegge: vierhonderdvierenveertig euro en drie eurocent)(bestaande uit materiële schade);
€ 444.03, te vermeerderen met de
wettelijke rentevanaf
16 oktober 2017;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van onder 7 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 444,03, te vermeerderen met de
wettelijke rente vanaf 16 oktober 2017ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt,
dat gijzeling voor de duur van 8 dagenkan worden toegepast;
voor het overige niet-ontvankelijkis in de vordering (btw en buitengerechtelijke incassokosten), en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
niet-ontvankelijkis in haar vordering;