Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBOVE:2021:3553

Rechtbank Overijssel

Datum uitspraak
17 september 2021
Publicatiedatum
17 september 2021
Zaaknummer
ak_20_2225
Instantie
Rechtbank Overijssel
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:69a AwbHR 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:467
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen WOZ-waarde woning afgewezen wegens ontbreken relevant belang huurder

Eiser, gebruiker en huurder van een woning te Enschede, stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €364.000 per 1 januari 2019. Verweerder had deze waarde vastgesteld en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Tijdens de procedure heeft eiser slechts gesteld dat de huur €600 per maand bedroeg, zonder aannemelijk te maken dat het een sociale huurwoning betreft. De rechtbank verwees naar de jurisprudentie dat de WOZ-waarde alleen relevant is voor de maximale huurprijs bij sociale huurwoningen met een huur onder €721.

Omdat eiser niet aannemelijk maakte dat de normen waarop hij zich beroept mede tot zijn bescherming strekken, ontbrak het aan relativiteit. De rechtbank toetste daarom niet aan de normen omtrent de WOZ-waarde en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken relevant belang.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/2225
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiser,

gemachtigde: G. Gieben,
en

de directeur van GBTwente, verweerder

gemachtigde: mr. D. Prook.

Procesverloop

Ingevolge de Wet waardering onroerende zaken (hierna: de Wet WOZ) heeft verweerder de waarde van de onroerende zaak [adres] te Enschede vastgesteld bij beschikking van 29 februari 2020. Daarbij is de waarde vastgesteld op € 364.000,- per waardepeildatum
1 januari 2019 voor het belastingjaar 2020.
Bij uitspraak op bezwaar van 29 september 2020 heeft verweerder het tegen de beschikking gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak op bezwaar is beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 maart 2021. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door C. van Abbe, namens G. Gieben. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door C. Snippers en B.J.M. Eijsink.
De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek ter zitting geschorst om eiser in de gelegenheid te stellen nadere informatie te verstrekken. Bij brief van 18 mei 2021 heeft eiser nadere informatie verstrekt. Verweerder heeft bij brief van 20 april 2021 gereageerd op de brief van eiser.
Het ter onderzoek ter zitting is voortgezet op 3 september 2021. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door H.J. van Zelst, namens G. Gieben. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door D. Prook, C. Snippers en B.J.M. Eijsink.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Overwegingen

1. Eiser is gebruiker (huurder) van de onroerende zaak [adres] te Enschede (hierna: de onroerende zaak). Dit is een woning. Bij beschikking met dagtekening 29 februari 2020 heeft verweerder aan eiser meegedeeld dat de WOZ-waarde van bedoelde woning per 1 januari 2019 is vastgesteld op € 364.000,-.
2. Verweerder heeft de WOZ-beschikking en de uitspraak op het daartegen door eiser gemaakte bezwaar aan eiser gericht. Eiser is beroepsgerechtigd. Blijkens HR 20 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:467, overwegingen 2.3.2 en 2.4.3, wordt hij ook geacht belanghebbende te zijn.
3. Ingevolge artikel 8:69a van de Awb vernietigt de bestuursrechter een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel niet (mede) strekt tot bescherming van degene die zich daarop beroept. In deze zaak wordt door eiser een beroep gedaan op normen over de hoogte van de WOZ-waarde. Die kunnen voor eiser als woninghuurder alleen effect hebben als er sprake is van een sociale huurwoning, waarvan de huur op 1 januari 2019 lager was dan € 721,- per maand.
4. Eiser is in de gelegenheid gesteld aannemelijk te maken dat sprake is van sociale huur. Eiser heeft volstaan met de niet onderbouwde stelling dat de huur € 600,- per maand bedroeg. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiser zich verder gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Met zijn enkele stelling heeft eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde relevant kan zijn voor de maximale huurprijs.
5. Nu niet aannemelijk is gemaakt dat de normen waarop eiser zich beroept (minstens mede) in zijn belang zijn gegeven, ontbreekt de relativiteit en toetst de rechtbank niet aan die normen. Ook overigens is niets aangevoerd dat de bestreden beschikking aantast. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De uitspraak is gedaan door mr. P.H. Banda, rechter, in aanwezigheid van D. Roest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2021.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen de uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.