Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] te [woonplaats] , eiseres,
het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland, verweerder,
[naam 1] , h.o.d.n. [naam 2], te Deurningen.
Rechtbank Overijssel
Eiseres heeft drie handhavingsverzoeken ingediend tegen het gebruik van het terras, de verbouwing van een pand en het gebruik van een pand als ijssalon bij een horecagelegenheid in Deurningen. Verweerder, het college van burgemeester en wethouders van Dinkelland, heeft deze verzoeken afgewezen en het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen deze besluiten behandeld.
De rechtbank overweegt dat het bestemmingsplan het gebruik van het perceel voor horeca niet toestaat, maar dat er een omgevingsvergunning is verleend voor de verbouwing en het gebruik van het pand. Het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd, is zorgvuldig en concludent, en er is geen bewijs dat de geluidsnormen worden overschreden. De vermeende geluidsoverlast en andere klachten van eiseres zijn onvoldoende onderbouwd.
Daarnaast is de opschorting van de beslistermijnen door verweerder vanwege de coronamaatregelen terecht geweest. De rechtbank acht de overmachtssituatie aannemelijk en concludeert dat verweerder tijdig en rechtmatig heeft gehandeld. De prematuur ingediende ingebrekestellingen van eiseres zijn niet geldig, waardoor geen dwangsommen verschuldigd zijn.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de handhavingsverzoeken wordt ongegrond verklaard.