Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de meervoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] te [woonplaats 1] , eiser,
CAK, verweerder,
Procesverloop
- de eigen bijdrage van eiser voor het zorgjaar 2018 met ingang van 1 januari 2018 vastgesteld op € 565,22 per maand (primair besluit I);
- de eigen bijdrage van eiser voor het zorgjaar 2020 met ingang van 1 januari 2020 vastgesteld op € 614,13 per maand (primair besluit II);
- voor het zorgjaar 2018 een correctie op de eigen bijdrage voor 2018 in rekening gebracht bij eiser van € 6.584,16; en ook de eigen bijdrage voor januari 2020 van € 614,13 in rekening gebracht bij eiser (primair besluit III).
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden besluiten;
- herroept de primaire besluiten I, II en III van 20 januari 2020, het primaire besluit IV van 3 april 2020 en het primaire besluit V van 20 april 2020;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde bestreden besluiten;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 48,-- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.816,--, te betalen aan de rechtshulpverlener.