ECLI:NL:RBOVE:2021:4455
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Tozo-uitkering wegens inkomsten uit IOAW-uitkering bevestigd
Eiser, een zelfstandig ondernemer sinds 1985, vroeg een Tozo-uitkering aan voor de maanden maart tot en met mei 2020 vanwege inkomensverlies door de coronacrisis. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser samen met zijn partner een IOAW-uitkering ontvangt die het gezamenlijke inkomen boven het sociaal minimum brengt.
Eiser betoogde dat het meerekenen van de IOAW-uitkering, die gezamenlijk aan hem en zijn partner toekomt, leidt tot een onevenredige en onrechtvaardige toepassing van de Tozo-regeling, aangezien bij Tozo geen partnerinkomenstoets geldt. De rechtbank oordeelde dat de IOAW-uitkering als gezinsinkomen moet worden beschouwd en dat eiser daardoor geen recht heeft op Tozo-ondersteuning.
De rechtbank vond de afwijzing terecht omdat eiser met de IOAW-uitkering al een minimuminkomen heeft waarop hij kan terugvallen, wat in lijn is met het doel van de Tozo-regeling. Daarnaast is eiser op andere wijze tegemoetgekomen door kwijtschelding van een vordering. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Tozo-uitkering wordt ongegrond verklaard.