Uitspraak
[derde-partij], te Elsloo.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Op 10 november 2020 verleende het college van burgemeester en wethouders van Wierden een omgevingsvergunning voor de realisatie van een zonnepark van circa 8 hectare in Hoge Hexel. Eiser, wonende op ongeveer 6,6 kilometer afstand, stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelde dat eiser ontvankelijk was omdat hij tijdig een zienswijze had ingediend tijdens de voorbereidingsfase van het besluit. Echter, de rechtbank paste het relativiteitsvereiste toe en concludeerde dat de door eiser aangevoerde schendingen van materiële normen niet bedoeld zijn ter bescherming van zijn persoonlijke belangen, aangezien hij geen omwonende is en geen zicht of andere gevolgen ondervindt.
De rechtbank benadrukte dat algemene belangen zoals zuinig ruimtegebruik, ruimtelijke inpassing en behoud van cultuurhistorisch landschap niet automatisch een persoonlijk belang van eiser vormen. Ook de stelling dat eiser als betrokken inwoner en beroepsmatig actief is, was onvoldoende om het beroep gegrond te verklaren.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de toepassing van het relativiteitsvereiste in bestuursrechtelijke procedures tegen omgevingsvergunningen.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het zonnepark wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een persoonlijk belang.