ECLI:NL:RVS:2022:3790
Raad van State
- Vereenvoudigde behandeling
- E. Helder
- H.C.P. Venema
- A. ten Veen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen omgevingsvergunning zonnepark Wierden
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Wierden tot verlening van een omgevingsvergunning voor de realisatie van een zonnepark. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant geen persoonlijk belang had bij vernietiging van het besluit, gelet op het relativiteitsvereiste van artikel 8:69a Awb.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat deze jurisprudentie onrechtvaardig is en dat hij als betrokken inwoner en beroepsbeoefenaar wel degelijk belanghebbende is. Tevens stelde hij dat het besluit in strijd is met het gemeentelijk beleidskader en dat de realisatie van het zonnepark niet haalbaar is vanwege capaciteitsproblemen in het elektriciteitsnet.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het relativiteitsvereiste terecht is toegepast en dat het beroep van appellant terecht ongegrond is verklaard. Het feit dat mede-appellanten met soortgelijke gronden wel ontvankelijk werden verklaard en dat het college een herstelbesluit nam, verandert hier niets. Het hoger beroep is daarom kennelijk ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is kennelijk ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.