Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] te [woonplaats] , eisers,
het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland, verweerder.
[naam 2]te Steenwijk.
Rechtbank Overijssel
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vraag centraal of eisers als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt bij een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning in Eeserwold, Steenwijkerland. Het college van burgemeester en wethouders had het bezwaar van eisers tegen de vergunning niet-ontvankelijk verklaard omdat zij volgens het college geen belanghebbenden waren. De rechtbank beoordeelt dit standpunt kritisch.
De rechtbank analyseert de afstand, het zicht en de ruimtelijke uitstraling van de woning ten opzichte van de percelen van de eisers. Eén eiser woont op circa 71 meter afstand en heeft rechtstreeks zicht op de woning, wat naar het oordeel van de rechtbank gevolgen van enige betekenis heeft voor zijn woon- en leefsituatie. De andere eisers wonen op grotere afstand (300 en 360 meter) en ondervinden geen gevolgen van betekenis.
De rechtbank vernietigt het besluit voor zover het bezwaar van de eiser op 71 meter niet-ontvankelijk is verklaard en draagt het college op dit bezwaar inhoudelijk te beoordelen binnen zes weken. Het beroep van de andere eisers wordt ongegrond verklaard. Daarnaast veroordeelt de rechtbank het college tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan de eisers.
Uitkomst: Het beroep van één eiser wordt gegrond verklaard en het besluit dat zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde wordt vernietigd.