ECLI:NL:RBOVE:2021:939
Rechtbank Overijssel
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schadevergoeding wegens onterecht ontslag op staande voet
In deze zaak vordert de verzoekster een schadevergoeding van €13.230,00 bruto wegens een door haar gestelde dringende reden die het ontslag op staande voet van de verweerder zou rechtvaardigen.
De rechtbank heeft bij een gelijktijdige beschikking geoordeeld dat er geen sprake is van een dringende reden die het ontslag op staande voet rechtvaardigt. Hierdoor bestaat geen grond voor schadevergoeding op basis van artikel 7:677 lid 2 BW Pro.
De procedure vond plaats via een Skype-vergadering waarbij beide partijen en hun gemachtigden aanwezig waren. De kantonrechter wijst het verzoek af en veroordeelt de verzoekster tot betaling van de proceskosten aan de zijde van verweerder, begroot op €498,00. De beschikking is op 4 maart 2021 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek tot schadevergoeding wegens onterecht ontslag op staande voet wordt afgewezen.