ECLI:NL:RBOVE:2022:1518
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onevenredige last bij toekenning bijstand als hoge lening wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Eiser, die door hersenletsel gedeeltelijk arbeidsongeschikt is geraakt, ontving een hoge schadevergoeding en vroeg bijstand aan. Verweerder kende bijstand toe in de vorm van een lening van € 261.954,57, met maandelijkse aflossingen via inhouding op de uitkering. Verweerder stelde dat eiser te snel op zijn vermogen had ingeteerd, wat wijst op een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Eiser stelde dat de lening onevenredig bezwarend was en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn hersenletsel en psychische problematiek. Ook betwistte hij de berekening van het leenbedrag en de wijze waarop terugbetalingen van leningen aan derden als inkomen werden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat eiser inderdaad te snel had ingeteerd op zijn vermogen, maar dat het verstrekken van bijstand als een zeer hoge lening disproportioneel en onevenredig bezwarend was. Daarnaast was het onjuist om terugbetalingen van door eiser aan derden verstrekte leningen als inkomen te beschouwen. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot toekenning van bijstand als hoge lening wordt vernietigd.