Eiser exploiteerde een poolcafé waar tijdens controles kansspelautomaten werden aangetroffen zonder geldige vergunning. Verweerder legde een last onder dwangsom op en vorderde €3.000 aan dwangsommen wegens overtreding van deze last. Eiser voerde aan dat de automaten niet in zijn inrichting stonden, defect waren en niet als kansspelautomaten konden worden aangemerkt. Tevens stelde hij dat hij vanwege financiële problemen door coronamaatregelen niet kon betalen.
De rechtbank oordeelt dat de kelder waar de automaten stonden deel uitmaakt van de inrichting van het poolcafé, ongeacht de toegankelijkheid voor publiek. De automaten werden terecht aangemerkt als kansspelautomaten, ook al waren ze uitgeschakeld. Het dwangsombesluit is onaantastbaar en eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er geen overtreding was.
Verder is geoordeeld dat verweerder terecht heeft besloten tot invordering van de dwangsommen. De financiële situatie van eiser rechtvaardigt geen kwijtschelding, mede omdat een betalingsregeling is getroffen en eiser daaraan heeft voldaan. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het invorderingsbesluit blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.