Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de mondelinge behandeling,
- de pleitnota van [eiseres] ,
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Overijssel
Eiseres vordert nakoming van een tussen partijen gesloten lijfrenteovereenkomst en betaling van achterstallige lijfrente. De rechtbank stelt vast dat eiseres en haar overleden echtgenoot hun aandeel in een vennootschap onder firma hebben overgedragen aan gedaagde, hun zoon, waarbij lijfrenteovereenkomsten zijn gesloten die uitkeringen tot overlijden van eiseres en haar echtgenoot bepalen.
Gedaagde is vanaf maart 2022 gestopt met de lijfrentebetalingen, waarop eiseres een kort geding start met vorderingen tot betaling en verbod op verrekening. De voorzieningenrechter oordeelt dat eiseres een spoedeisend belang heeft vanwege haar hoge leeftijd en afhankelijkheid van de lijfrente, en dat de overeenkomst loopt tot overlijden van eiseres, niet slechts 25 jaar zoals gedaagde stelt.
Gedaagde beroept zich op verrekening van een tegenvordering wegens onverschuldigde arbeidsbeloning, maar de omvang daarvan is onvoldoende vast te stellen en wordt daarom afgewezen. Ook het restitutierisico wordt onvoldoende onderbouwd. De voorzieningenrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van de lijfrente, achterstallige termijnen, en legt een dwangsom op bij niet-nakoming. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de lijfrente en achterstallige termijnen met een verbod op verrekening en een dwangsom bij niet-nakoming.