Eiser ontving van 2010 tot 2020 een bijstandsuitkering en trouwde in 2013. Verweerder trok de uitkering in wegens niet-melding van letselschadevergoedingen en waardevolle huwelijkscadeaus. De rechtbank oordeelt dat eiser de inlichtingenplicht heeft geschonden door niet zelf tijdig melding te maken van de schadevergoedingen en contante geldbedragen, waaronder € 9.000,- aangetroffen in een gehuurde auto.
Echter, eiser heeft aannemelijk gemaakt dat hij recht op (aanvullende) bijstand zou hebben gehad indien de inlichtingenplicht wel was nagekomen. Verweerder had daarom nader onderzoek moeten doen naar het recht op bijstand en dit alsnog moeten vaststellen, waarbij de bedragen van de schadevergoedingen en huwelijkscadeaus in aanmerking moeten worden genomen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens krijgt eiser een vergoeding van proceskosten en het griffierecht. Het beroep is gegrond verklaard omdat de intrekking niet deugdelijk gemotiveerd was en verweerder onvoldoende onderzoek heeft verricht naar het recht op bijstand.