Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
DE BOUWMEESTERS-WEST B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Rijssen,
Rechtbank Overijssel
Werknemer en werkgever zijn in geschil over de berekening van reisurenvergoeding en reiskostenvergoeding over 2020. De werknemer vordert betaling van bedragen op basis van de cao Bouw & Infra. De werkgever erkent een deel, maar betwist de rest.
De kantonrechter oordeelt dat partijen zich niet aan de cao hebben gehouden, maar legt het risico van onzekerheid over de snelste route bij de werkgever. Omdat de werkgever geen correcte administratie bijhield en de werknemer niet op onjuistheden wees, wordt uitgegaan van de opgave van de werknemer. De berekening van de werknemer wordt als correct beoordeeld en de vorderingen voor reisuren- en reiskostenvergoeding worden toegewezen.
Daarnaast is er een geschil over dagen waarop de werknemer niet heeft gewerkt. De kantonrechter stelt vast dat partijen stilzwijgend zijn overeengekomen dat deze dagen vakantiedagen en roostervrije uren betroffen, zoals ook blijkt uit loonstroken en het ontbreken van bezwaar van de werknemer. De vorderingen voor niet genoten vakantiedagen en roostervrije uren worden daarom afgewezen.
De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van de toegewezen bedragen, wettelijke rente, vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, proceskosten en tot afgifte van een deugdelijke specificatie onder dwangsom. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De werknemer krijgt reisuren- en reiskostenvergoeding toegewezen conform cao, maar niet de vergoeding voor niet genoten vakantiedagen en roostervrije uren.