ECLI:NL:RBOVE:2022:500
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenplicht beschermd wonen
Eiser ontvangt sinds december 2016 bijstand op grond van de Participatiewet. Verweerder heeft de uitkering herzien en een bedrag van €3.477,12 teruggevorderd over de periode 1 december 2019 tot en met 30 september 2020, omdat eiser niet heeft gemeld dat hij vanaf 14 oktober 2019 beschermd woonde. Eiser stelde dat verweerder zijn persoonlijke situatie onvoldoende had meegewogen en dat terugvordering onredelijk was.
De rechtbank oordeelt dat het op de weg van eiser of zijn bewindvoerder lag om de wijziging in woonsituatie te melden, aangezien dit gevolgen heeft voor het recht op bijstand. De nalatigheid van de bewindvoerder komt voor rekening van eiser. Het terugvorderingsbesluit is niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel, omdat de Participatiewet terugvordering verplicht stelt en dit gericht is op herstel van de rechtmatige situatie.
Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er dringende redenen zijn om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. Financiële en sociale omstandigheden van eiser zijn onvoldoende uitzonderlijk om een individuele belangenafweging te rechtvaardigen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard.