Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer] in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Olst-Wijhe, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 631,32.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Eiser ontvangt sinds april 2014 een IOAW-uitkering en staat sinds oktober 2017 ingeschreven op een adres in Wijhe. Naar aanleiding van een fraudemelding heeft de sociale recherche een onderzoek uitgevoerd naar de woonsituatie van eiser, wat leidde tot een besluit tot intrekking van de uitkering over de periode oktober 2017 tot februari 2019. Dit besluit is in eerdere procedures bevestigd.
Verweerder legde vervolgens een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht, die na bezwaar werd verlaagd van €1.262,76 naar €631,32. Eiser stelde dat hij voldoende duidelijkheid had verschaft over zijn woonsituatie en betwistte de boete.
De rechtbank overweegt dat op grond van de IOAW en het Boetebesluit socialezekerheidswetten een boete terecht is opgelegd bij schending van de inlichtingenplicht. De schending is in eerdere rechtspraak vastgesteld en moet in het beroep tegen de boete opnieuw ten volle worden beoordeeld. De rechtbank oordeelt dat verweerder aan de bewijslast heeft voldaan en dat het had eiser duidelijk moeten zijn dat hij juiste gegevens moest verstrekken.
Er zijn geen verzachtende omstandigheden aangevoerd en de boete is passend afgestemd op de draagkracht van eiser. Er zijn geen dringende redenen om af te zien van de boete. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens schending van de inlichtingenplicht wordt ongegrond verklaard en de boete van €631,32 bevestigd.