ECLI:NL:RBOVE:2022:772
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering DHW-vergunning wegens ernstig gevaar van strafbare feiten op grond van Wet Bibob
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een exploitatievergunning en een Drank- en Horecawetvergunning (DHW) voor een horecabedrijf in Almelo. Naar aanleiding van een tip van het Openbaar Ministerie is een Bibob-advies aangevraagd, waaruit bleek dat er een ernstig gevaar bestaat dat de vergunningen mede worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. Verweerder heeft daarop de vergunningen geweigerd en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft beoordeeld dat het Bibob-advies en het onderzoek naar de feiten zorgvuldig zijn uitgevoerd en dat de feiten de conclusies kunnen dragen. Er is een ernstig vermoeden dat een persoon met wie eiser een zakelijk samenwerkingsverband heeft, betrokken is bij strafbare feiten in de drugshandel. Dit vormt een zwaarwegend algemeen belang om de vergunningen te weigeren.
Eiser heeft aangevoerd dat hij niets met de strafbare feiten te maken heeft en dat de feiten onvoldoende zijn om een zakelijk samenwerkingsverband aan te nemen. De rechtbank oordeelt echter dat het huren van het pand en de inventaris, de familierelatie, en andere factoren voldoende zijn om een duurzaam zakelijk samenwerkingsverband aan te nemen.
De rechtbank vindt de belangenafweging evenredig en stelt dat het voorkomen van misbruik van vergunningen voor criminele activiteiten zwaarder weegt dan het financiële belang van eiser. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de exploitatie- en DHW-vergunning wordt ongegrond verklaard.