ECLI:NL:RBOVE:2023:1178
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke afwijzing compensatie transitievergoeding wegens doorlopend ziektegeval
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de gedeeltelijke afwijzing van haar aanvraag voor compensatie van de betaalde transitievergoeding aan een langdurig zieke werkneemster. Werkneemster was sinds 2006 in dienst en viel in 2014 uit wegens ziekte. Na een periode van arbeidsongeschiktheid hervatte zij haar werkzaamheden gedeeltelijk, maar viel in 2019 opnieuw uit. Het dienstverband werd in 2021 beëindigd.
Verweerder had de compensatie van de transitievergoeding deels toegekend, uitgaande van een doorlopend ziektegeval vanaf 2014 en een opzegverbod dat eindigde in maart 2016. Eiseres stelde dat de hervatting van werkzaamheden voor 20 uur per week als passend nieuw bedongen arbeid moest worden gezien, waardoor een nieuwe wachttijd en opzegverbod zouden zijn gestart in 2019.
De rechtbank oordeelt dat het werk dat werkneemster verrichtte niet als passend nieuw bedongen arbeid kan worden aangemerkt. De arbeidskundige rapportage en het ontbreken van herstelmelding ondersteunen dit. Er is geen sprake van een nieuwe loondoorbetalingsplicht of opzegverbod na 2016. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de compensatie van de transitievergoeding is juist vastgesteld.
De rechtbank wijst ook het verzoek om griffierecht en proceskostenvergoeding af. De uitspraak is gebaseerd op relevante wetsartikelen en jurisprudentie, waaronder het arrest Kummeling/Oskam en uitspraken van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de gedeeltelijke compensatie van de transitievergoeding wordt bevestigd.