Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 1:[slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd door hem met een mes te steken en/of te snijden, wat ten laste is gelegd als moord dan wel doodslag;
feit 2:[slachtoffer 2] met een mes heeft gestoken en/of gesneden. Deze gedraging is primair ten laste gelegd als poging tot moord dan wel poging tot doodslag, subsidiair als een poging tot zware mishandeling (al dan niet met voorbedachten rade) en meer subsidiair als een mishandeling.
3.De voorvragen
4.De bewijsmotivering
opzet op de dood
voorbedachte raad
conclusie
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van verdachte
ziekelijke stoornis van de geestvermogens en causaal verband
toerekening
7.De op te leggen straf of maatregel
de aard en de ernst van de gepleegde feiten
de persoon van verdachte
het oordeel van de rechtbank
8.De schade van benadeelden
- de vorderingen van de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor toewijzing vatbaar zijn, maar dat de immateriële schade zich leent voor matiging;
- de in de vordering van de benadeelde partijen [benadeelde 5] , [benadeelde 6] en [benadeelde 7] opgevoerde schokschade steeds moet worden afgewezen of gematigd;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 4] toewijsbaar is wat betreft de affectieschade en dat de schokschade moet worden afgewezen of gematigd;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 3] toewijsbaar is wat betreft de affectieschade, dat de schokschade moet worden afgewezen of gematigd, en dat ook de materiële schade zich leent voor matiging;
- de vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2] , waarin alleen affectieschade is opgevoerd, dient te worden gematigd.
kosten van lijkbezorging
affectieschade
schokschade
- De aard, de toedracht en de gevolgen van de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad, waaronder de intentie van de dader en de aard en ernst van het aan het primaire slachtoffer toegebrachte leed.
- De wijze waarop het secundaire slachtoffer wordt geconfronteerd met de jegens het primaire slachtoffer gepleegde onrechtmatige daad en de gevolgen daarvan. Daarbij kan onder meer worden betrokken of hij door fysieke aanwezigheid of anderszins onmiddellijk kennis van het onrechtmatige handelen jegens het primaire slachtoffer heeft gekregen, of dat hij nadien met de gevolgen van dit handelen is geconfronteerd. Bij een latere confrontatie kan een rol spelen in hoeverre die confrontatie onverhoeds was. Bij het aan dit gezichtspunt toe te kennen gewicht kan meewegen of het secundaire slachtoffer beroepsmatig of anderszins bedacht moest zijn op een dergelijke schokkende gebeurtenis.
- De aard en hechtheid van de relatie tussen het primaire slachtoffer en het secundaire slachtoffer. Daarbij geldt dat bij het ontbreken van een nauwe relatie niet snel onrechtmatigheid kan worden aangenomen.
affectieschade
schokschade
conclusie
materiële schade
affectieschade
schokschade
conclusie
materiële schade
affectieschade
schokschade
conclusie
affectieschade
conclusie
materiële schade
schokschade
conclusie
materiële schade
schokschade
conclusie
materiële schade
schokschade
conclusie
materiële schade
immateriële schade
conclusie
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
onder 1en het
onder 2 primairten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van
overheidswege zal worden verpleegd;
[slachtoffer 2]toe tot een bedrag van
€ 50.000,00(bestaande uit immateriële schade: affectieschade van € 20.000,00 en schokschade van € 30.000,00);
[slachtoffer 2](feit 1) van een bedrag van
€ 50.000,00(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 50.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van 119 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 3]toe tot een bedrag van
€ 42.721,36(bestaande uit € 25.221,36 materiële schade en € 17.500,00 immateriële schade in de vorm van affectieschade);
[benadeelde 3](feit 1) van een bedrag van
€ 42.721,36(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 42.721,36, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van 102 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 3]af tot een bedrag van
€ 2.500,00;
[benadeelde 3]voor een deel van
€ 20.329,00niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[benadeelde 4]toe tot een bedrag van
€ 17.870,78(bestaande uit € 370,78 materiële schade en € 17.500,00 immateriële schade);
[benadeelde 4](feit 1) van een bedrag van
€ 17.870,78(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 17.870,78, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van 51 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 4]af tot een bedrag van
€ 2.500,00;
[benadeelde 4]voor een deel van
€ 20.300,00niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[benadeelde 2]toe tot een bedrag van
€ 17.500,00(bestaande uit immateriële schade in de vorm van affectieschade);
[benadeelde 2](feit 1) van een bedrag van
€ 17.500,00(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 17.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van 51 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 2]af voor een bedrag van
€ 2.500,00;
[benadeelde 5](feit 1) in het geheel – te weten voor een bedrag van
€ 20.250,00– niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[benadeelde 6]toe tot een bedrag van
€ 47,78(bestaande uit materiële schade);
[benadeelde 6](feit 1) van een bedrag van
€ 47,78(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 47,78, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van 1 dagkan worden toegepast Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 6]voor een deel van
€ 20.250,00niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[benadeelde 7]toe tot een bedrag van
€ 47,78(bestaande uit materiële schade);
[benadeelde 7](feit 1) van een bedrag van
€ 47,78(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag
€ 47,78, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van 1 dagkan worden toegepast Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[benadeelde 7]voor een deel van
€ 20.250,00niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
[slachtoffer 2]toe tot een bedrag van
€ 11.414,99(bestaande uit € 1.414,99 materiële schade en € 10.000,00 immateriële schade);
[slachtoffer 2](feit 2) van een bedrag van
€ 11.414,99(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022);
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder 2 bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 11.414,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 januari 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat
gijzeling voor de duur van 40 dagenkan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
[slachtoffer 2]voor een deel van
€ 650,00niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
- de structuur van grove en fijne kraslijnen in het spoor komt overeen met die van de snijlijnen in het proefspoor van het mes;
- over de gehele breedte van het spoor komen de ligging en breedte van veel kraslijnen overeen met de snijlijnen in het proefspoor gemaakt met het mes.