Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
mr. S. Boersma, advocaten te Rotterdam, naar voren is gebracht.
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
08-963603-20 en 08-963579-21 ten laste gelegde feiten. De verdediging heeft gesteld dat niet verdachte, maar [naam 2] de exclusieve gebruiker was van het SkyECC-account [accountnaam 8], en dat er naast verdachte meerdere mensen gebruikmaakten van het EncroChat-account [alias]. Ten aanzien van het onder parketnummer 08-963603-20 ten laste gelegde heeft de verdediging aangevoerd dat de berichten die verdachte over de gepakte lading heeft verzonden niet kunnen worden aangemerkt als daderinformatie, nu verdachte deze informatie heeft gekregen van medeverdachte [medeverdachte].
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, meermalen gepleegd;
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, een ander trachten te bewegen om dat feit te plegen, meermalen gepleegd;
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) jaren;