ECLI:NL:RBOVE:2024:1159
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging last onder dwangsom wegens onzelfstandige bewoning zonder vergunning
Eiser is eigenaar van een woning waarin volgens het college van burgemeester en wethouders van Deventer sprake is van onzelfstandige bewoning door meer dan twee personen zonder de vereiste omzettingsvergunning. Na klachten van omwonenden is een handhavingscontrole uitgevoerd, waarna een last onder dwangsom is opgelegd om de overtreding te beëindigen. Eiser betwist dat sprake is van onzelfstandige bewoning en voert aan dat de bewoners een duurzame gemeenschappelijke huishouding vormen en dat de woning boven de NHG-waarde ligt, waardoor geen vergunning vereist zou zijn.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Huisvestingswet en de Huisvestingsverordening Deventer 2022 het omzetten van zelfstandige woonruimte naar onzelfstandige woonruimte met meer dan twee bewoners zonder vergunning verboden is. Uit het onderzoek blijkt dat de bewoners ieder een eigen huurovereenkomst en exclusief recht op een kamer hebben, hun eigen inkomsten beheren en geen gezamenlijke huishouding voeren. Dit voldoet niet aan de criteria voor een duurzame gemeenschappelijke huishouding.
Verder is vastgesteld dat de WOZ-waarde van de woning onder de NHG-kostengrens valt op het moment van de vergunningaanvraag, waardoor een vergunningplicht geldt. Eiser heeft de overtreding begaan en kan deze beëindigen, zodat het college bevoegd was tot handhaving. Ook zijn er geen bijzondere omstandigheden die handhaving onevenredig maken. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het dwangsombesluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens onzelfstandige bewoning zonder vergunning wordt ongegrond verklaard.