Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
het college van burgemeester en wethouders van Tubbergen, verweerder,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
- voor de lasten 1, 2, 3 en 5: per last een dwangsom van € 25.000,- per maand, tot een maximum van € 75.000,-;
- voor de lasten 4, 6 en 7: per last een dwangsom van € 15.000,- per maand, tot een maximum van € 45.000,-;
- voor de lasten 8 en 9: per last een dwangsom van € 5.000,- per maand, tot een maximum van € 15.000,-.
- voor last 3c: een dwangsom van € 5.000,- per constatering per dag, tot een maximum van € 50.000,-;
- voor last 4: een dwangsom van € 25.000,- per maand, tot een maximum van
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep, voor zover dat is gericht tegen de lasten 3a, 3b, 3c en 4, zoals die in het bestreden besluit zijn gehandhaafd;
- verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen de lasten 1, 2 en 5 tot en met 9, ongegrond;
- verklaart het beroep tegen het invorderingsbesluit van 25 mei 2022 ongegrond;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) tot het betalen van een vergoeding van € 1.290,25 aan eisers;
- veroordeelt verweerder tot het betalen van een vergoeding van € 111,- aan eisers;
- bepaalt dat verweerder de helft van het griffierecht, dus een bedrag van € 182,50, aan eisers moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 218,75 aan proceskosten aan eisers.