Uitspraak
RECHTBANK Overijssel
2.
[gedaagde],
1.Samenvatting
2.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 21;
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald;
3.De feiten
€ 100.000,00 te boven gaan.
€ 1.500.000,00.
Waarborgsom van 10% is akkoord, mits er overeenstemming is bereikt over de ontbindende voorwaarde inzake de financiering;
Exoneratieclausule t.b.v. [naam 1] kan eruit;
Hoe gaat de ontbindende voorwaarde voor de financiering luiden: [gedaagde] geeft aan een financieringsvoorbehoud van 85% te willen opnemen terwijl [naam 1] en [naam 1] aangeven een percentage van 50% te willen. De afspraak wordt gemaakt dat [gedaagde] contact met zijn bank, de Rabo, en adviseurs zal opnemen om de financieringsmogelijkheden te bekijken. Hij zal dit vervolgens in een gesprek terugkoppelen aan [naam 1] en [naam 1] . Vervolgens zullen ze in overleg nog afspraken maken over de bestaande gebruiksovereenkomsten en huurcontracten zoals besproken.’
4.Het geschil
- een verklaring voor recht dat er een (romp)overeenkomst tot stand is gekomen tussen Romulus en Daw met betrekking tot het boxencomplex, waarbij een koopsom van
- Daw c.s. hoofdelijk althans Daw te veroordelen tot betaling van de boete op grond van artikel 16 lid 2 onder Pro b van de (romp)overeenkomst, te vermeerderen met wettelijke rente als niet binnen zeven dagen na het vonnis wordt betaald;
- Daw te veroordelen tot betaling aan Romulus van de door Romulus geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat;
- een verklaring voor recht dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door Romulus geleden en nog te lijden schade;
- [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan Romulus van de door Romulus geleden en te leiden schade, nader op te maken bij staat;
- Daw te veroordelen tot betaling aan Romulus van € 9.210,53 op grond van artikel 16.1 van de rompovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke rente als niet binnen zeven dagen na het vonnis wordt betaald;
- Daw c.s. hoofdelijk te veroordelen in de kosten van deze procedure te vermeerderen met de wettelijke rente als niet binnen zeven dagen na het vonnis wordt betaald.
5.De beoordeling
6.De beslissing
J.A.M. Egberink en in het openbaar uitgesproken op 29 mei 2024.