Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Samenvatting
2.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen 1 tot en met 17
- het verweerschrift met bijlagen 1 tot en met 51
Rechtbank Overijssel
In deze zaak stond de vraag centraal of de arbeidsovereenkomst tussen een stichting en haar directeur ontbonden moest worden. De werkgever stelde dat de werknemer verwijtbaar had gehandeld door een onevenredig hoge uitbetaling van overuren te vragen en onterechte declaraties te doen. Daarnaast werd een verstoorde arbeidsverhouding aangevoerd als grond voor ontbinding.
De kantonrechter oordeelde dat het verzoek om uitbetaling van overuren op zichzelf geen verwijtbaar handelen oplevert en dat de werkgever onvoldoende bewijs had geleverd voor onterechte declaraties. De verstoring van de arbeidsverhouding was wel aanwezig, maar niet ernstig en duurzaam genoeg om ontbinding te rechtvaardigen. Bovendien had de werkgever onvoldoende inspanningen verricht om de relatie te herstellen.
De arbeidsovereenkomst bleef daarom in stand. De nevenverzoeken van beide partijen werden afgewezen, waarbij de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten van de werknemer. De bijzondere context van de stichting, het vrijwilligersbestuur en de rol van de werknemer als initiatiefnemer speelden een belangrijke rol in de beoordeling.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen en de arbeidsovereenkomst blijft in stand.