Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
(primair), dan wel dat verdachte daaraan medeplichtig is geweest
(subsidiair), althans dat verdachte de (poging tot) moord/doodslag op [slachtoffer] samen met (een) ander(en) heeft voorbereid
(meer subsidiair);
3.De bewijsmotivering
14 juni 2022 veelvuldig contact en kwamen vrijwel dagelijks één of meerdere keren bij elkaar over de vloer.
- één semiautomatisch geweer merk IMI, model 322, kaliber .308 Winchester. Dit geweer valt onder categorie III van de WWM;
- één semiautomatisch geweer, vermoedelijk van het merk SIG model onbekend. Dit geweer valt onder categorie III van de WWM;
- één semiautomatisch geweer met en richtkijker van het merk Zastava, model M76, kaliber 8 x 57. Dit geweer valt onder categorie III van de WWM;
- drie verpakkingen met daarin vermoedelijk M80 antitankwapens. Deze antitankwapens vallen onder categorie II van de WWM.
[medeverdachte 4]
[medeverdachte 3]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, , meermalen gepleegd;
medeplegen van poging tot moord;
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De op te leggen straf of maatregel
.Het oriëntatiepunt voor het voorhanden hebben van een wapens van categorie III onderdeel 1˚ (in een woning) is vier maanden gevangenisstraf per wapen. Daarvan heeft [verdachte] er in [plaats 1] drie voorhanden gehad, wat tot een gevangenisstraf van 12 maanden zou moeten leiden. Het oriëntatiepunt voor het voorhanden hebben van een automatisch vuurwapen van categorie II onderdeel 2˚ (in een woning) is 12 maanden. Bewezen is dat [verdachte] een dergelijk wapen in [plaats 2] voorhanden heeft gehad. Daarnaast heeft hij drie antitankwapens, onderdelen van wapens en een aanzienlijke hoeveelheid munitie voorhanden gehad. De rechtbank neemt voor dit alles tezamen een gevangenisstraf van vier jaren als uitgangspunt.
7.De schade van benadeelde
€ 105.651,90 [honderdvijfduizend zeshonderdeenenvijftig euro en negentig eurocent], te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan.
(de rechtbank begrijpt: de kleding, schoeisel en sieraden)dient te worden afgewezen, omdat deze posten niet zijn onderbouwd, en dat de vordering wat betreft de toekomstige schade dient te worden afgewezen vanwege het ontbreken van een juridische grondslag. Ten aanzien van het overige gevorderde heeft de raadsman geen subsidiair standpunt ingenomen.
niet-ontvankelijk verklaren voor dit deel van de vordering.
8.De toegepaste wettelijke voorschriften
9.De beslissing
medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II, meermalen gepleegd;
medeplegen van poging tot moord;
deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
gevangenisstrafvoor de duur van
23 (drieëntwintig) jaren;
wijstde vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] (parketnummer 71-315156-21 onder 2 primair)
toetot een bedrag van
€ 75.627,--(bestaande uit € 627,-- materiële schade en € 75.000,-- immateriële schade);
€ 75.627,--(te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2022) met dien verstande dat als en voor zover al door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
maatregelop dat de verdachte verplicht is ter zake van het onder parketnummer 71-315156-21 onder 2 primair bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van
€ 75.627,--(zegge: vijfenzeventig duizend zeshonderdzevenentwintig), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 januari 2022 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van
365 dagenkan worden toegepast (een en ander voor zover dit bedrag niet door een mededader zal zijn voldaan). Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;