ECLI:NL:RBOVE:2024:427
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Thurlings – Rassa
- Rechtspraak.nl
Beoordeling loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen door UWV
Stichting Buurtzorg Nederland maakte bezwaar tegen een loonsanctie opgelegd door het UWV, waarbij zij het loon van een zieke werkneemster moest doorbetalen tot 3 januari 2024. De werkneemster was sinds januari 2021 ziek gemeld met fysieke beperkingen en had een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV stelde op basis van arbeidskundig onderzoek vast dat de re-integratie-inspanningen van de werkgever onvoldoende waren, met name in spoor 2.
Eiseres voerde aan dat het UWV ten onrechte geen verzekeringsarts had ingeschakeld en dat de loonsanctie onterecht was, onder meer vanwege de energetische beperkingen van de werkneemster. De rechtbank oordeelde echter dat het UWV voldoende onderzoek had gedaan, dat de bedrijfsarts geen medische urenbeperking had vastgesteld en dat het UWV niet verplicht was een verzekeringsarts in te schakelen.
De rechtbank stelde vast dat de werkgever onvoldoende sollicitatieactiviteiten had ondernomen en geen adequaat zoekprofiel had opgesteld, waardoor re-integratiekansen waren gemist. De loonsanctie werd daarom terecht opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard, de loonsanctie bleef in stand en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de loonsanctie opgelegd door het UWV.