Eiseres, een vrouw met mobiliteitsbeperkingen, kreeg van het college van burgemeester en wethouders van Twenterand een maatwerkvoorziening Huishoudelijke Ondersteuning toegekend voor 160 minuten per week, inclusief een module voor klaarzetten en opruimen van de was. Voor het wassen zelf kan zij gebruik maken van een was- en strijkservice, die het college als een adequate algemene voorziening beschouwt. Eiseres betwistte dit en stelde dat de was- en strijkservice niet passend is en dat de kosten daarvan onder het abonnementstarief zouden moeten vallen.
De rechtbank oordeelde dat de was- en strijkservice voldoet aan de definitie van een algemene voorziening zoals bedoeld in de Wmo 2015, toegankelijk is voor alle inwoners, adequaat is voor eiseres gezien haar medische situatie en dat de eigen bijdrage niet onder het abonnementstarief valt omdat er geen duurzame hulpverleningsrelatie is. De rechtbank verwierp de stellingen van eiseres dat de voorziening niet passend is vanwege medische omstandigheden en extra ondersteuning bij de wasbehandeling.
Het beroep van eiseres werd gegrond verklaard voor zover het ging om de omvang van de maatwerkvoorziening, waarbij het college alsnog de juiste minuten toekende. De rechtbank veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Tevens werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.