ECLI:NL:RBOVE:2024:4953
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging garantiebedrag Wajong ondanks bijzondere omstandigheden niet in strijd met evenredigheidsbeginsel
Eiseres, sinds 2006 Wajong-uitkeringsgerechtigde, kreeg haar garantiebedrag beëindigd per 1 november 2023 omdat zij langer dan een jaar geen inkomsten naast haar uitkering had genoten. Na een langdurig dienstverband bij een werkgever ontstond een geschil dat leidde tot stressklachten en een periode van werkloosheid. Het UWV stelde dat de wettelijke termijn van twaalf maanden strikt geldt en verlenging niet mogelijk is, ook niet vanwege bijzondere omstandigheden of een rustperiode van drie maanden.
Eiseres voerde aan dat de toepassing van artikel 8:8 van Pro de Wajong in haar situatie onredelijk was en in strijd met het evenredigheidsbeginsel, mede omdat zij onvoldoende geïnformeerd zou zijn over de termijn. De rechtbank oordeelde dat de wetgever bij de totstandkoming van de regeling bewust rekening heeft gehouden met een langere termijn van twaalf maanden en dat de bijzondere omstandigheden van eiseres niet als niet-verdisconteerd kunnen worden aangemerkt.
De rechtbank vond dat het UWV voldoende heeft geïnformeerd en dat de rustperiode niet leidde tot opschorting van de termijn. Ondanks de forse inkomensachteruitgang en persoonlijke omstandigheden is de strikte toepassing van de wet niet zo onredelijk dat daarvan moet worden afgeweken. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het garantiebedrag Wajong wordt ongegrond verklaard.