ECLI:NL:RBOVE:2024:5015
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen onvoorwaardelijk strafontslag wegens grensoverschrijdende seksuele gedragingen
Eiser, sinds 1982 werkzaam bij de politie, kreeg onvoorwaardelijk strafontslag opgelegd wegens het aangaan van een seksuele relatie met een ondergeschikte medewerkster met psychische problemen, het hebben van seks op politiebureaus, het niet melden van de relatie, en andere gedragingen. De rechtbank oordeelt dat eiser ten onrechte is verweten dat hij wist van de kwetsbaarheid van de medewerkster en dat het onvoorwaardelijk ontslag disproportioneel is.
De rechtbank erkent dat eiser plichtsverzuim heeft gepleegd door seks te hebben op politiebureaus, het zoenen tijdens werktijd, het niet melden van de relatie op tijd en het hebben van seks in de woning van een aspirante. Echter, de ernst van het plichtsverzuim rechtvaardigt geen onvoorwaardelijk ontslag, mede gezien de lange diensttijd zonder eerdere klachten.
Ook het subsidiaire ontslag wegens ongeschiktheid wordt niet gehandhaafd omdat niet is gebleken dat eiser niet is aangesproken op zijn functioneren of dat een verbeterkans zinloos zou zijn. De rechtbank vernietigt het besluit en draagt de korpschef op een nieuwe beslissing te nemen. Tevens wordt de korpschef veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het onvoorwaardelijk ontslagbesluit vernietigd; de korpschef moet opnieuw beslissen.