Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van
9 februari 2024 in de zaak tussen
[eiseres 1] , uit [vestigingsplaats] , eiseres,
[eiseres 2], eiseres,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Overijssel
Eisers, zorgverleners die zorg leveren aan een budgethouder met een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg, maakten bezwaar tegen een besluit van het zorgkantoor dat de zorgovereenkomst afwees. Het zorgkantoor verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eisers volgens het zorgkantoor geen belanghebbenden waren.
De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat zorgverleners wel als belanghebbenden moeten worden aangemerkt wanneer het besluit hun reputatie raakt, zoals ook uit een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep volgt. Het zorgkantoor erkende dit gewijzigde standpunt tijdens de zitting.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht en droeg het zorgkantoor op een nieuw besluit te nemen waarbij de termijnen voor bezwaarprocedures in acht worden genomen. Tevens veroordeelde de rechtbank het zorgkantoor tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 9 februari 2024 en partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het zorgkantoor opgedragen een nieuw besluit te nemen.