ECLI:NL:RBOVE:2025:1528
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op inzage politiegegevens ter bescherming opsporing en privacy derden
Eiseres verzocht om inzage in politiegegevens die op haar betrekking hebben. Verweerder, de korpschef van politie, heeft dit verzoek deels ingewilligd en deels afgewezen op grond van artikel 27, eerste lid, onder b en d van de Wet politiegegevens (Wpg). De afwijzing was gemotiveerd met het belang van de voorkoming, opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten en de bescherming van de rechten en vrijheden van derden.
Eiseres betoogde dat er geen sprake is van strafbare feiten en dat zij zonder inzage niet kan reageren op vermoedens die haar het contact met haar kinderen ontnemen. Verweerder stelde dat het verstrekken van de gegevens de politiepositie en tactieken zou kunnen schaden en de privacy van derden zou aantasten, wat het vertrouwen in de politie kan ondermijnen.
De rechtbank oordeelde dat het recht op inzage geen absoluut recht is en dat de belangenafweging van verweerder zorgvuldig en inhoudelijk was gemaakt. Gezien de inhoud van de onthouden gegevens en de belangenafweging weegt het belang van de opsporing en de privacy van derden zwaarder dan het belang van eiseres op volledige inzage.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij het verzoek om vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedeeltelijke afwijzing van het verzoek om inzage in politiegegevens is ongegrond verklaard.