ECLI:NL:RBOVE:2025:2962
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen last onder dwangsom wegens strijdig gebruik pand op bedrijventerrein
Het college van burgemeester en wethouders van Deventer legde aan verzoeker een last onder dwangsom op omdat hij een pand op een bedrijventerrein gebruikte als woonruimte en voor hobbymatig sleutelen aan motorvoertuigen, wat in strijd is met het omgevingsplan dat alleen bedrijfsactiviteiten van milieucategorie 1, 2 of 3.1 toestaat.
Verzoeker voerde in beroep aan dat legalisatie mogelijk en wenselijk is, dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden en dat het college onzorgvuldig heeft gehandeld, onder meer omdat hij al ruim twaalf jaar in het pand woont zonder concrete bezwaren. Ook stelde hij dat de begunstigingstermijn te kort was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college terecht handhavend optreedt omdat er geen concreet zicht is op legalisatie, de locatie milieutechnisch ongeschikt is voor bewoning en hobbymatig gebruik ongewenst is. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de aangewezen vergelijkingslocaties een andere bestemming hebben. Het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen toezeggingen of gedragingen van het college een gerechtvaardigd vertrouwen rechtvaardigen.
De persoonlijke omstandigheden van verzoeker en de begunstigingstermijn van tien maanden waren onvoldoende om handhaving te matigen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.